Reflectie lessen klas 2 VMBO
februari 1, 2009Dossier opdracht 6 Proefwerken en toetsen
februari 1, 2009
Vakdidaktisch projekt jaar 2
Bijeenkomst 3
Thema: Lesvoorbereiding.
Normering voor de proefwerkvragen
| Normering:Maximaal te verdienen met dit onderdeel | Score van Josien | Score van Joerie | Score van Chanine | Score van Annika | Score van Rene | |
| 1a | 2 | 2 | 2 | 2 | 2 | 2 |
| 1b | 3 | 3 | 3 | 3 | 3 | 3 |
| 2a | 2 | 2 | 2 | 2 | 2 | 2 |
| 2b | 2 | 2 | 2 | 2 | 2 | 2 |
| 2c | 3 | 3 | 0 | 3 | 1,5 | 3 |
| 3a | 2 | 2 | 2 | 2 | 2 | 2 |
| 3b | 2 | 0,5 | 1 | 1 | 0 | 1 |
| 3c | 3 + 1 | 2 | 3 | 3 | 4 | 4 |
| 4a | 3 | 0 | 3 | 0 | 0 | 3 |
| 4b | 3 | 0 | 3 | 0 | 0 | 3 |
| 4c | 3 | 3 | 2 | 3 | 3 | 3 |
| 5a | 2 | 1 | 0 | 0 | 0 | 2 |
| 5b | 3 | 0 | 3 | 0 | 0 | 3 |
| 5c | 2 + 1 | 0 | 3 | 1 | 0 | 1 |
| 5d | 2 + 1 | 0 | 2 | 2 | 0 | 1 |
| Keuze 6 of 7 | ||||||
| 6a | 5 | 0 | 5 | 0 | 0 | 0 |
| 6b | 5 | 0 | 5 | 0 | 0 | 5 |
| 7a | 3 | |||||
| 7b | 4 | |||||
| 7c | 3 | |||||
| totaal | 50 punten | 20,5 : 5 = | 39 : 5 = | 24 : 5 = | 19,5 : 5 = | 38 : 5 = |
| 4.1 cijfer | 7.8 cijfer | 5- cijfer | 4 cijfer | 7.6 cijfer |
Cijfers Romeo en Cijfers Nico
| Cijfer | josien | Joerie | Chanine | Annika | Rene |
| Romeo | 4.1 | 7.8 | 5- | 4 | 7.6 |
| Nico | 5.1 | 8.6 | 5.1 | 5.4 | 8 |
Het werk van Annika hebben wij nog eens bekeken en ik heb Annikavoor opdracht 4b nog 2 punten toegekend, wat haar score maakt tot21,5 en het cijfer een 4.3 wordt.
Dossier opdracht D Opdracht 2.5a / b| Opgave: | 1a | 1b | 2a | 2b | 2c | 3a | 3b | 3c | 4a |
| Doelst. nr: | 1 | 1+6 | 2 | 2 | 2 | 1/6/7 | 1/6/7 | 1/6/7 | 3 |
| Tijd: | 2 | 3 | 2 | 2 | 3 | 3 | 3 | 3 | 3 |
| Opgave: | 4b | 4c | 5a | 5b | 5c | 6a | 6b | 7a | 7b | 7c |
| Doelst nr: | 4 | 5 | 1/6/7 | 1/6/7 | 1/6/7 | 10 | 10 | 10 | 10 | 10 |
| Tijd: | 3 | 3 | 3 | 3 | 3 | 4 | 4 | 3 | 3 | 4 |
Dossier opdracht 6F Opdracht 2.6 Opdracht 1 Duidelijk omschreven leerstof kruisproducten. Basiskennis. De leerling moet met behulp van een rekenmachine de juiste uitkomst vinden. Er is enigszins voorkennis nodig over vermenigvuldigen en komma getallen. Opdracht 2 Een leerling moet een verhoudingstabel kunnen samenstellen en een berekening maken. De leerling kiest een handige manier van rekenen. Terugbrengen naar 100 gr. En van 100 gr. Uitgaan. Opdracht 2 van 8.1 komt hiermee overeen. Opdracht 3 Complex want er komt oppervlakte berekening bij kijken en daarna pas verhouding. Enige voorkennis van oppervlakte berekening is vereist. Zie dit niet terug in behandelde leerstof. H8, misschien wel eerder behandeld. Opdracht 4 Elementair / complex Herkenbaar voor de leerling, maar er zit nadenkwerk in. Hoe pak ik de opdracht aan. Er is een opklimming in moeilijkheidsgraad 4a, 4b, en 4c. Opdracht 5 Complex, veel leeswerk, onoverzichtelijk meer een toepassing van het geleerde.Te veel informatie. Wat wordt bedoeld met 5d, zie wel iets over verhouding in maar wat is de zin hiervan?
Dossier opdracht 7 meesterproef2
januari 28, 2009Ik heb deze opdracht besproken met mijn collega Ben Wijnja die wiskunde lessen verzorgd in de bovenbouw van het VMBO-TL en in klas 3 en 4 HAVO.
Hij was heel blij dat ik een toets zelf wil samenstellen. Aangezien ik in klas 1 en 2 les geef en natuurlijk weet wat de voorkennis van leerlingen van klas 3 moet zijn voor bepaald leerstof gaf hij mij de opdracht op een toets opstellen over hoofdstuk 8 Oppervlakte en Inhoud van Getal en Ruimte dl 3 VMBO-KGT.
Ik zelf had twee jaar geleden al les gegeven in Klas 3 VMBO-KB en was dus bekend met het boek en de leerstof en indeling van het hoofdstuk. Verder heeft een andere collega van mij een onderzoek gedaan naar de basisrekenvaardigheden van onze leerlingen in de onderbouw waar zijn in haar werkstuk duidelijk richtlijnen gaf over hoe het metriekstelsel het best gepresenteerd kan worden aan de leerlingen. Van deze bagage heb ik gebruik gemaakt om mijn toets samen te stellen.
Waarom was mijn collega niet tevreden over de toets?
Mijn collega was om verschillende redenen niet tevreden over de toets. Enkele redenen waren.
- 1. De toets was veel te lang . Het bestond uit 12 vragen en die moesten in 50 minuten tijd gemaakt worden door de leerlingen.
- 2. Er was wel een evenredige verdeling van de leerstof maar hij vond het niet echt belangrijk om inhoudsmaten en wat daaruit volgt te toetsen.
- 3. Hij wilde te lay-out van de toets vergemakkelijken en de opdrachten op 1 A4 hebben en daaraan gekoppeld een werkblad.
- 4. Hij wilde soortgelijke opdrachten die besproken waren en gemaakt in de klas maar dan met andere getallen met mooie uitkomsten en gewoon het principe van rekenvaardigheden lieten zien.
Werkwijze:
Met mijn collega heb ik het voorgaande besproken en netjes op papier gezet.
Aangezien ik al eerder dus hoofdstuk had behandeld en nu ook in klas 1 en 2 de hoofdstukken heb gehandeld had ik niet veel voorbereiding nodig om aan de toets te beginnen.
Ik begon dus aan mijn kennen en kan lijst.
Kennen/kunnen lijst voor hoofdstuk 8 dl3 getal en ruimte oppervlakte en inhouden.
1. De leerlingen moeten de begrippen: lengte, breedte, hoogte, omtrek, oppervlakte en inhoud kennen.
- 2. De leerlingen moeten de oppervlakte en omtrek formules van de volgende figuren kennen en kunnen toepassen; de figuren zijn: driehoek, rechthoek, vierkant, cirkel, parallellogram.
- 3. De leerlingen moeten de oppervlakte van ruimtefiguren kunnen berekenen.
- 4. De leerlingen moeten de verschillende eenheden van het metriekstelsel kennen en met deze eenheden kunnen rekenen en omrekenen.
- 5. De leerlingen moeten de inhoudformules van ruimtefiguren kennen en met deze formules de inhoud van een ruimte figuur kunnen berekenen.
- 6. De leerlingen moeten de oppervlakte en in houden van een samengestelde figuur, ruimtefiguur kunnen berekenen.
- 7. De leerlingen moeten weten wat een vergroting, een vergrotingsfactor is en meten een vergroting van een oppervlakte of inhoud kunnen berekenen.
Om te toets te vergemakkelijken heb ik de vergrotingsfactor voor inhoudberekening uit de toets gelaten.
Criteria van paragraag 2.4.3
Aandachtpunten voor de toets:
Ik ben ervan uit gegaan dat een leerling die de leerkracht volgt en de aantekeningen en opdrachten die klassikaal behandeld worden goed doorneemt makkelijk een ruime voldoende moet kunnen scoren voor deze toets. Verder ben ik ervan uit gegaan de leerlingen die zich ook voorbereiden door opgaven uit het boek die niet behandeld zijn te maken een pre hebben voor een excellente scoor. Ik wil met deze toets bewijzen dat leerlingen die in de lessen niet goed opletten, niet van hun boek gebruiken maken en zich niet op een toets voorbereiden niet zullen scoren ook al hoe makkelijk een toets is opgesteld.
Als ik van het bovenstaand uit ga dan geef ik elke leerling de mogelijkheid om te laten zien wat hij kan..
De eerste opdracht van de toets is een instap opdracht en makkelijk. De goede lezer van de opdracht ziet meteen dat ik alleen de lengt, oppervlakte en inhoudsmaten even door elkaar hebt gehaald maar voor de rest heeft de leerling maar een leerdoel nodig met deze opdracht te kunnen maken.
Ik heb bewust gekozen voor opklimmende moeilijkheidsgraad van de opdrachten en zo krijgt de leerling die een goede start maakt meer zelfvertrouwen dat hij de toets succesvol zal maken.
Ik heb mijn opdrachten volledig laten aansluiten bij het boek en natuurlijk de lessen. De leerlingen moet herkenning zien .
Het tijdsaspect was de insteek van een aangepaste proefwerk vanwege de tijdsduur van een lesuur namelijk 50 minuten.
Het lijkt mij voorspelbaar dat leerlingen die alternatieve oplossingsmogelijkheden hebben deze feilloos moeten kunnen toepassen. Indien dit gebeurd krijgt de leerling het volledige waarding voor deze opdracht.
Ik heb zelf de toets gemaakt en natuurlijk kostte het mij minder tijd dan de gemiddelde leerling.
3VMBO – KGT 2-toets hoofdstuk 8
Schrijf steeds je berekeningen op!
Geen berekeningen, dan ook geen punten!
Opgave 1
Zie de bijlage bij opgave 1
Opgave 2
Sjaak heeft een plattegrond van zijn huis getekend. De plattegrond vind je op de bijlage.
- a. Bereken de oppervlakte van de keuken.
- b. Bereken de oppervlakte van de Serre.
- c. Bereken de oppervlakte van de woonkamer.
- d. Het ronde deel van de serre is helemaal van glas. Sjaak laat gordijnen maken. Hoe breed moeten die gordijnen zijn?
Opgave 3
Hoeveel hele cm2 blik is er gebruikt voor het maken van het conservenblik hieronder?
Opgave 4
Zie tekening op de bijlage.
De maatbeker is 35 cm hoog.
De diameter is 3,7 cm.
Bereken de inhoud in hele millimeters.
Opgave 5
Zie de tekening op de bijlage.
- a. Bereken de inhoud van de piramidevormige vaas in hele cm3.
- b. Hoeveel liter is dat?
Opgave 6
Op de plattegrond van een park heeft de vijver een oppervlakte van 9 cm2 . De schaal van de plattegrond is 1 : 350. Bereken de oppervlakte van de echte Vijver in m2 nauwkeurig.
Opgave 7
Een vlaggenfabrikant levert twee maten vlaggen. Formaat A is een vergroting van formaat B.
Oppervlakte formaat A 7,776 m2
Oppervlakte formaat B 2,4 m2
Bereken de vergrotingsfactor.
Bijlage
Bij toets 3VMBO – KGT2 hoofdstuk 8
Opgave 1
Vul in
| a. 3 cm3 =……………..dm3 | e. 20 000 mm =……………dm |
| b. 2500 cm3 =……………..liter | f. 600 cc =……………liter |
| c. 52 dam2 =……………..ha | g. 75 liter =……………ml |
| d. 2500 m…=………………km | h. 0,08 cl =……………mm3 |
Bij opgave 2
Alle maten zijn in meters
Opgave 4 Opgave 5
Maten zijn in centimeters
Norming :
| Opgave | normering |
| 1a. | 1 |
| 1b. | 1 |
| 1c. | 1 |
| 1d. | 1 |
| 1e. | 1 |
| 1f. | 1 |
| 1g. 1h | 1 + 1 |
| 2a | 2 |
| 2b | 2 |
| 2c | 3 |
| 2d | 3 |
| 3 | 4 |
| 4 | 4 |
| 5a | 3 |
| 5b | 1 |
| 6 | 4 |
| 7 | 4 |
Score = (38 + 2) : 4
Dossier bestand 10 “De Watertoren”
januari 27, 2009
Romeo Choennie
Dossier opdracht 10
Opgave “De watertoren”
a. Wat is de waterstand om 10.00 uur in de morgen?
b. Teken het waterverbruik van de grootverbruikers in de
grafiek hierboven met rood.
c. Hoeveel water verbruikte men tussen 12.00 uur en 15.00
uur?
Uitwerking van de opgave van “De watertoren”.
Uitwerking a.
Natuurlijk heb ik de opdracht volledig doorgenomen (eerste keer). In bijeenkomst 4 hebben wij de tijd gehad om met deze opdracht een aanvang te maken. Ik heb samen met Mohammed en Hassan de opdracht gelezen en er ontstond een levendige discussie over hoe de grafiek afgelezen moet worden. Ik denk dat ik er langer over zou doen als ik alleen met de opdracht bezig zou zijn.
We waren het met zijn drieën eens dat het een oppervlakte grafiek moest zijn, omdat er onder aan de grafiek een gekleurd hokje met daarboven 1000 m3 was aangegeven. Het was ons duidelijk dat horizontaal de tijd was uitgezet, O – 24 uur. Voor ons werd het dus duidelijk dat er verticaal het waterverbruik was uitgezet.
Dit werd ons duidelijk uit regel 6 en 7 van de opgave. Ik citeer regel 6 en 7 “Uit de grafiek kun je aflezen dat de watermeter om 2 uur ongeveer op 3200 m3 staat”.
Het antwoord voor opdracht a was dus hokjes tellen. Ik telde ongeveer 27 hokjes.
Wat overeen komt met 27 x 1000 m3 = 27.000 m3
Het antwoord van opdracht a is dus 27.000 m3
Uitwerking B

De Watertoren
In opdracht b vroeg ik mij af wat grootgebruikers zijn of wie grootgebruikers zijn en in welk gebied zij met zijn allen 12.000 m3 afnemen.
Aanpak uitwerking b.
Ik moet tekenen of ik moet in de tekening het waterverbruik van de grootgebruikers aangeven. Dit heb ik met een rode kleur gedaan. De grafiek gaat van 0 tot 24.00 uur. als de grootgebruikers samen 12.000 m3 water gelijkmatig, dit betekend ieder uur even veel, afnemen dan moet ik per uur 500 m3 rood kleuren. Ik kom dan tot het kleuren van een rode strook in de grafiek zoals hierboven is aangegeven.
Uitwerking c.
Het waterverbruik tussen 12.00 uur en 15.00 uur, ik moet dus weer de hokjes gaan tellen. Aangezien 15.00 uur precies tussen 14.00 en 16.00 uur moet liggen gaat het daar om halve hokjes. Ik tel 8 hele hokjes, 7 halve hokjes en nog wat. Dat ik ongeveer schat op een ¾ hokje. Ik kom op 8 + 3½ + ¾ = 12¼ hokjes.
Dus 12¼ x 1000 m3 = 12250 m3
Opmerking.
Als docent wiskunde en engels vind ik deze opgave zoals die is opgesteld voor het examen een lastige opgave niet alleen op het gebied van taal, maar ook op het gebied van wiskunde.
Ik heb deze opgave nogmaals gelezen nadat ik het hoofdstuk “taalproblemen” uit “wiskundeonderwijs in de basisvorming” goed doorgenomen had.
Nu wil ik de taalproblemen uit deze opgave belichten.
Woorden |
WiskundewoordenLaagfrequente woordenSynoniemenVerwijswoorden |
GrafiekEtmaal, grootgebruikersEr worden teveel verschillende woorden gebruikt voor de watermeter, als het waterverbruik.Deze grafiekEen watermeter dieDat gebiedDat betekend |
Zinnen |
Lange zinnenGescheiden informatieCompacte taalWeinig dynamiek |
Regel 1 regel 2Een heel lange zin met overbodige / verwarrende informatie “in een bepaald gebied”Opdracht a en c zijngescheiden en dit was niet nodigRegel 5 “om 0 uur op 0”Regel 3 en 4 zijn overbodig want de informatie van regel 1 en 2 wordt herhaald en deze zin leest niet gemakkelijk |
Informatie |
Verborgen informatieVerwarrende informatieTe grote denkstappenOnbegrijpelijke taal |
Regel 6, 7 en 8 het ligt niet voor de hand dat het gaat om een oppervlakte grafiek de mannier waarop de grafiek gelezen moet worden is verborgen informatieRegel 3 en 4 werken verwarrendRegel 14 is verwarrend want opgave c lijkt op opgave a maar komt pas na opgave bDe grafiek moet als een oppervlaktegrafiek gelezen worden en niet als een lijngrafiek. Dit is een te grote denkstap voor VMBO leerlingenWatertoren, etmaal, grootverbruiker en gelijkmatige |
Enkele kanttekeningen
Ik vroeg me af of VMBO leerlingen wel weten wat een watertoren is en / of ze wel ooit een watertoren hebben gezien. Ik vroeg me af of VMBO leerlingen wel zouden weten wat een etmaal is. Ik vroeg me af of VMBC leerlingen weten wat een grootverbruiker is en of ze de betekenis van het woordje gelijkmatig kende.
Mijn versie van de opdracht

Het waterbedrijf PWN wil nagaan hoeveel water de mensen in een bepaald gebied gebruiken. Dit bedrijf gaat het waterverbruik meten zodat zij op elk uur van de dag kunnen zien hoeveel water er wordt verbruikt.
Van elke dag maken zij een grafiek. Zo’n grafiek is hieronder getekend.

De grafiek laat een meting van 24 uur zien. Bestudeer de grafiek en haar legenda goed. Probeer te snappen hoe de grafiek is opgebouwd.
Uit de grafiek kun je het volgende aflezen: tot 02:00 uur is er 3200 m3 gebruikt. Tot 04.00 uur is er 6300 m3 gebruikt.
Probeer op een handige manier de volgende vragen te beantwoorden.
a. Hoeveel water is er tot 10.00 uur gebruikt?
b. Hoeveel water is er tussen 12.00 uur en 15.00 uur gebruikt?
c. Een aantal gezinnen die van het waterleidingbedrijf PWN gebruik maakt nemen op elk uur dezelfde hoeveelheid water af. Deze gezinnen gebruiken 12.000 m3 water in 24 uur. Teken het watergebruik van deze gezinnen in bovenstaande grafiek. Maak gebruik van een andere kleur zodat het getekende duidelijk zichtbaar is.
Dossier opdracht 12
januari 26, 2009Samenwerkend leren
Ik zou het onderdeel van een formule samen stellen van deze les willen vervangen door een samenwerkingsvorm.
Neem opdracht 7 als samenwerkingvorm. Een opdracht die de leerlingen in tweetallen kunnen uitvoeren. De leerlingen gaan elkaar gerichte vragen stellen om tot een eenduidig antwoord voor de opdracht te komen.
Samenwerkingvorm: werken in tweetallen.
Opdracht: Nadia zegt: ‘Ik kan het bedrag zo berekenen’.
……..+ ………x aantal ronden
vul getallen in
Instructie:
Jongens en meisjes gebruik de onderstaande vragen om achter de juiste getallen van opdracht 7 te komen.
Vragen die ik aan de leerlingen kan stellen of die zij in tweetallen aan elkaar kunnen stellen:
1.Welke getallen moeten worden ingevuld?
2.Waarom moeten die getallen worden ingevuld?
3.Weet je nu wat er berekend wordt?
4.Waarop moet je letten om met de gekozen getallen te kunnen rekenen?
5.Hoe controleer je dat je de juiste getallen hebt ingevuld?
6.Wat heb je nu samengesteld?
Nadat de leerlingen in tweetallen tot het juiste antwoord zijn gekomen, leid deze opdracht tot het verder verwerken van de leerstof waarbij het proces weer herhaald kan worden in opdracht 11 en opdrachten in volgende paragrafen.
Noot:
Opdracht 7 van paragraaf 6.1 is de allereerste aanzet voor het samenstellen van een formule.Doordat leerlingen door middel van elkaar vragen te stellen erachter te komen dat het handig is om een formule te gebruiken voor de volgende opgaven, zien zij het nut van formules wel beter in. De leerlingen gaan dan ook heel snel inzien dat formules op twee manieren kunnen veranderen, namelijk door de getallen te veranderen maar ook door de gegevens van een opdracht te veranderen en dat bewerkingsteken in de formule het verloop van een grafiek al aangeven.
Dossieropdracht 5 meesterproef1
januari 24, 2009| Beginsituatie: - interne begeleidster gaat deze les filmen en eventueel volgen en van feedback voorzien. |
Materiaal: - een voorbeeld van een sponsor-Kaart. Fig. 6.2 blz 181 |
|||||
| Doelstelling: - De leerlingen moeten aan de hand van een foto het aantal mensen op de foto kunnen schatten. - De leerlingen moeten onderscheid kunnen maken tussen een vast bedrag en een bedrag per ronde en deze bedragen correct kunnen invullen op een sponsorkaart. - De leerlingen moeten met behulp van een formule een tabel correct kunnen invullen en de gegevens uit de tabel correct kunnen aangeven in een grafiek. | Mijn leerdoel deze week: - Feedback geven als dat nodig is - Ik maak complimenten, ook tijdens mijn uitleg. -Tijdens het zelfstandig werken zorg ik ervoor dat het geluidsniveau niet te hoog wordt. - De leerlingen begrijpen mijn uitleg en zijn rustig tijdens mijn uitleg doordat ik een duidelijke en leuke uitleg geef. | |||||
| Tijd | Werk-vorm. | Activiteiten docent | Activiteiten leerlingen | Opmerkingen | ||
| 5 | Klassikaal | - De leerlingen binnen laten en groeten - Spullen pakken - Wachten tot de tweede bel is gegaan. - Controleren dat leerlingen op hun eigen plek zitten. | - Gaan zitten en spullen pakken. | - Zijn er mensen afwezig? - Let op mijn leerdoel. | ||
| 15 5 | Klassikaal | - Vandaag gaan we verder met hoofdstuk 6. - Wie weet de naam van het hoofdstuk nog? - Wie kan nog het verschil uitleggen tussen prepaid en abonnement? Wij hebben het gisteren gehad over de mensen op de foto en over het aantal leerlingen in de klas. We zullen het samen na gaan rekenen. Ik leg uit hoe wij een klas samenstellen en hoeveel leerlingen er in een klas zitten. Ik leg uit waarom bedragen netjes onder elkaar moeten staan. Ik leg uit dat de bewerking keer voor de bewerking optellen gaat. | Opletten. leerlingen geven antwoord op de vraag. Ik verwacht antwoorden die correct zijn en indien antwoorden aanvulling nodig hebben laat ik door medeleerlingen doen. Leerlingen rekenen mee en controleren elkaar’s berekeningen Letten op | Let op mijn leerdoelen. Bord: Informatie over opdracht 4 met de berekeningen erbij. . Eventueel een tabel met aantal vaste bedragen en bedragen per ronde Netjes onder elkaar zodat het optellen wordt vergemakkelijkt. Noteer op het bord formule van opdracht 7. Visueel maken voor de leerling | ||
| 15 | Zelfstandig werken | Leerlingen maken paragraaf 6.1 af. Ik beantwoord vragen, rondlopen en controleer of leerlingen de begrippen vastbedrag en per ronde wel degelijk begrepen hebben. | Zelfstandig werken. Mogen eventueel overleggen met buurman en maken gebruik van hun werkboek en eigen rekenmachine om de opdrachten 5 ,8,10, 11 volledig te verwerken. | |||
| 5 | Klassikaal | Om 12.55 Het is bijna tijd, spullen inpakken. Praat met leerlinge over andere zaken, belangstelling tonen voor wat de leerling bezig houdt | agenda’s pakken en huiswerk opschrijven en dan pas opruimen krijgen ruimte op even zaken op orde te stellen | |||
- Is de context herkenbaar voor alle leerlingen, is er aansluiting bij de belevingswereld? Ja, want later in het hoofdstuk op het mobiel bellen aan de orde en dan gaat het over bel minuten en beltijd. Par.6.2 - Is de vertaling van de context naar wiskunde eenvoudig? Welke en hoeveel afspraken moeten gemaakt worden om het model te laten werken? Ja, heel eenvoudig met een formule de belkosten te kunnen berkenen. Ik paragraaf 6.1 wordt er een aanzet gegeven met een sponsorkaart. - Kun je bij de context behorende wiskundeopgaven volledig in contexttaal uitspreken? Ja, formules veranderen als de gegevens veranderen. - Is de context bruikbaar door de hele stof? Staat de context goed begrip van de volgende stof in de weg? Ja zeker Voorbeelden van contexten die bij leerlingen emotionele blokkades kunnen teweegbrengen: Op de foto staan Kunnen lopen . hard lopen Iemand kunnen sponsoren met geld voor een goed doel Competitie drang , wie kan beter? Leren door doen Geschikt voor leerstof die door materiaal handelen, kan worden ontdekt. Het gaat bij leren door doen altijd om een start met het gebruik van materiaal. Maak gebruik van de formules en vervang de woorden door getallen Materiele fase: worden handelingen verricht. Reflectie op deze handeling leidt tot het inzicht dat het hier telkens om hetzelfde principe gaat. De formules veranderen en zo ziet de leerling dat het om de zelfde principe gaat.Wanneer de leerling in staat is de handeling te verwoorden zonder uit te voeren dan is de verbale fase een hulp om te formuleren wat je eigenlijk aan het doen bent en wat je daarvan leert. Mentale fase: als de handelingen op zich niet meer nodig zijn. Enige leertheorie Horizontaal mathematiseren: Het vertalen van de realistische vraagstelling naar een wiskundige formulering en van een wiskundig antwoord naar een realistisch antwoord. Er wordt overgestoken van de werkelijkheid naar het wiskundig model en terug. Formules opstellen , grafieken maken en tabellen maken en omgekeerd. Verticaal mathematiseren: Bij het ontwikkelen en vinden van antwoorden voor wiskundige proplemen wordt gebruik gemaakt van technieken en regels. Soms wil je daarbij de gebruikte wiskunde nog algemener formuleren. Soms leidt dit tot een verbetering van wiskundige technieken, soms tot ontwikkeling van nieuwe inzichten, soms tot ontwikkeling van nieuwe vraagstukken. In dit geval formules samenstellen en weergeven in een grafiek van de berekende resultaten. Er wordt overgestoken van specifieke problemen naar meer algemeen geldende principes, technieken en ideeën en terug. Taal Receptief begrijpen/passief begrijpen: De leerling ziet, hoort, leest iets dat past bij wat hij al weet. Hij zegt dat hij het heeft begrepen maar kan er nog niets mee. Denk aan prepaid en abonnement, sponsorloop en sponsorkaart. Reproductief begrijpen: De leerling kan het in eigen woorden navertellen. De leerling kan de informatie terugmelden via zelfgekozen voorbeelden. Denk aan uitleg geven aan de woorden prepaid en abonnement. Inzicht: Hij past het geleerde doelbewust en juist toe bij nieuwe problemen. Demonstratieve taal, aanwijstaal of actietaal: ik geef concrete voorbeelden van een begrip rondes, van een formule of werkwijze van bewerkingen in een formule, Ik wijs ze aan of laat zien wat je moet doen. Relatieve taal, verbandentaal: Hierbij wordt gebruik gemaakt van de onderlinge relaties tussen gebruikte termen. Formule, tabel en dan grafiek. Leerlingen ontdekken een verband tussen deze woorden. Functionele taal: wiskundige taal. - Wiskunde woorden: bijvoorbeeld vastbedrag, startbedrag ,is verwarrend. - Vreemde worden: woorden zoals aflezen, die je niet vaak tegenkomt. - Synoniemen: ronde, per ronde, opbrengst. Kan verwarrend zijn. - Verwijswoorden. - Te lange zinnen: kunnen leerlingen het niet meer overzien. In dit geval niet. - Scheiding van informatie die bij elkaar hoort. - Te compacte taal. - Te weinig dynamiek. - Verborgen informatie. - Verwarrende of afleidende informatie. - Instappen in de nieuwe leerstof. - Gesprekje over de context. - Een prikkelende vraag. - Vertellen van een verhaal. Dit gebeurt aan het begin van een hoofdstuk, maar ook nieuwe stukjes stof moeten ingeleid worden. In dit geval over prepaid en abonnement bellen. Een instapprobleem: - Uitdagend, nieuwsgierigheid opwekken. - Aanleiding tot actief bezig zijn. - Tot een herkenbare context behoort. - Een aanzet geeft tot de volgende wiskundestof. - Niet te ingewikkeld maar ook niet te makkelijk. (Denk aan de vraag over het aantal rondes die gelopen kan worden. Deze vraag kun je stellen en leerlingen moeten lang nadenken). Inleiding van een hoofdstuk: - Leerlingen moeten zelf een begrip verwoorden. Bijvoorbeeld wat is een vast bedrag. - Ervaringen op laten doen met materiaal. Bijvoorbeeld een sponsorkaart maken en/of invullen vanuit het werkboek. - Uitdagen of aan het denken zetten. Welke bewerking heeft voorrang in een formule vermenigvuldigen, optellen, delen, aftrekken. - Meerdere manieren laten zien. Het kan soms ook anders. - Stimuleren hun gezond verstand te gebruiken. Denk logisch na, het gedrag kan alleen minder worden als je gaat bellen, gaat er geld van je bel te goed af. - Aansluiten bij ervaringen van de leerlingen. heb ik voldoende geld om een mobiel te kunnen bekostigen. Reflectie op mijn les gegeven op vrijdag 9 januari 2009 het 5e lesuur in lokaal 213. Meestal bereid ik mijn lessen voor zonder een schriftelijke lesvoorbereiding en daarom vond ik die wel een heel moeilijke opdracht. Lesvoorbereidingen maakte ik vroeger in mijn eerste werkjaar. Maar nu werk ik al bijna 17 jaar voor de klas en gaan een aantal dingen als vanzelf sprekend. Ik ben gewoon vers gestart. Veel opgezocht en gekeken hoe anderen een lesvoorbereiding in elkaar zetten.Ik heb de klas netjes voorbereid dat er gefilmd zal worden en dat is ook terug te zien want de klas heeft zich erg voorbeeldig gedragen en ik ook natuurlijk.Op de vrijdagmiddag hou ik het erg luchtig omdat het mijn laatste les is voor de week en de leerlingen hun een na laatste les. Ik heb mijn verwachtingen uitgesproken en ik denk dat deze les vlot verlopen is. Ik ben er erg tevreden over. Een perfecte les bestaat niet en je kan alles op papier goed voorbereiden maar het is en blijft een moment opnamen. Observatie en reflectie op de Video opname van de les op vrijdag 9 januari 2009 In mijn lesvoorbereiding had ik al aangegeven hoe mijn les zal verlopen maar zoals iedereen weet is dit lesplan en in werkelijkheid verloopt het lesgeven toch anders vanwege onvoorziene omstandigheden. Enkele onvoorziene omstandigheden zijn: 1. Een leerling van een andere groep nog even te woord staan vanwege een incident. 2. Een leerling die laat binnen komt en nog wil vertellen wat met haar of hem aan de hand is. 3. Een leerling die zijn spullen in het kluisje vergeet en die je de gelegenheid geeft de spullen te halen. 4. De omstandigheden van die dag sommige gebeurtenissen zijn voorspelbaar. Voorkennis De voorkennis van de leerlingen is goed ingeschat. De leerlingen hadden allemaal hoofdstuk 4 afgerond. Dus er was voldoende voorkennis aanwezig om het hoofdstuk te beginnen. In de lesvoorbereiding wordt de voorkennis goed benoemd maar ook in de les zelf komen er enkele momenten waar duidelijk naar de voorkennis verwezen wordt. De Lesdoelen Er zijn drie lesdoelen genoemd. Deze lesdoelen zijn bereikt. Aan het eind van de les kunnen de leerlingen zelfstandig een formule samenstellen en met behulp van deze formule de waarden in een tabel invullen en deze waarden in een grafiek aangeven. Controle vragen De controlevragen leverden duidelijke antwoorden van de leerlingen op. Dit is op de DVD te zien. Deling klassikaal/zelfstandig/afronding Het klassikaal gedeelte van de les liep feilloos het zelfstandig gedeelte daarin tegen wat rommelig omdat er eigenlijk een samenwerkingsvorm van werken in tweetallen werd gebruikt. In een latere les kreeg het zelfstandig werken een betere gestalte. Bij deze les van 9 januari was de afronding abrupt vanwege een slechte timing. Ik had niet gelet op de tijd en werd verrast door de bel en dan gaat de afronding eigenlijk helemaal mis. Verbeterpunten Tijdbewaking de tijd beter in de gaten houden. Overgangen in de les soepeler laten verlopen. Het zelfstandig werken hoeft niet individueel te zijn want de leerlingen kunnen best wel in groepen van twee werken.
Dossier opdracht 8
januari 11, 2009
Stage opdracht 70 uit “Geerligs” bladzijde 382
Cijfers vervullen een belangrijke rol in het leven van elke leerling. Ze bepalen het overgaan of zitten blijven. Ze lokken thuis reprimande uit, of ze worden gehonoreerd met een flinke grijpstuiver. Leerlingen schijnen volgens sommige dan alleen ook maar te werken voor cijfers.
Opdracht.
Ik heb mijn HAVO TTO brugklas bestaande uit 15 leerlingen over het gebruik van cijfers en de effecten ervan op het leergedrag geïnterviewd. Het resultaat was zeer verassend. In het interview heb ik gewerkt met de volgende aspecten, die in Geerligs staan bij opdracht 70 bladzijde 382.
|
Aspect |
Ja |
Nee |
Soms |
Ik weet het niet |
|
1. Hebben onvoldoendes een motiverend effect? |
9 |
3 |
|
3 |
|
2 . De inspanning van de leerling wordt afgestemd op de behaalde cijfers. |
|
|
|
15 |
|
3 . Is er concurrentie in de klas, b.v. de beste willen zijn? |
9 |
|
3 |
3 |
|
4 . Wordt de beste leerling met een hoog cijfer geaccepteerd? |
|
8 |
5 |
2 |
|
5 . Spreek je leraar je aan als je een zware onvoldoende haalt? |
7 |
8 |
|
|
|
6 . Is er een reactie van je ouders op je behaalde cijfers? |
15 |
|
|
|
Wat heeft dit interview mij opgeleverd?
De klas die ik heb geïnterviewd is een HAVO TTO brugklas, bestaande uit 15 leerlingen, waarvan 6 jongens en 9 meisjes. 2 leerlingen zijn leerlingen van de trajectgroep en krijgen speciale begeleiding. 2 leerlingen zijn LOOT leerlingen, de ene doet aan softbal en de ander doet aan hockey. Er is een gezonde gezellige sfeer in de klas. Niemand voelt zich uitgesloten en iedereen probeert goed met elkaar samen te werken. Er heerst een gezonde competitie in de klas. In periode 1 had niemand een onvoldoende voor wiskunde. De cijfers varieerde tussen de 9 en de 6.
(2 x een 9, 6 x een 8, 4 x een 7, en 3 x een 6).
In periode 2 lijkt het erop dat wij deze spreiding zullen behouden.
Er zijn in deze klas leerlingen die nog nooit een onvoldoende voor wiskunde gehad hebben. De leerlingen die voor een wiskunde so en of proefwerk een onvoldoende scoorde probeerden middels hardwerken voor de volgende toets een voldoende te scoren en dat lukte prima, zodat ze gemiddeld wel lager eindigden maar toch nog een voldoende voor wiskunde hadden.
Sommige leerlingen spannen zich heel erg in maar scoren gemiddeld niet zo goed.
Ik kan niet zeggen dat de inspanning van de leerling wordt afgestemd op het behaalde cijfer. Als ik als docent werkjes terug geef, bespreek ik eerst de veelgemaakte fouten klassikaal en daarna spreek ik de leerlingen aan die een onvoldoende hebben. De reacties van deze leerlingen zijn wisselend. De een kan heel goed verwoorden waarom hij / zij een bepaalde opdracht niet goed kon maken, de andere gaat meteen in de verdediging en dit wordt dan een heel moeilijk gesprek. Leerlingen mogen tenminste 1 werkje per periode herkansen en in deze klas is het maar 1 of 2 keer voorgekomen dat een leerling een onderwerp moest herkansen. In de gesprekken met de mentor en de ouders van deze leerlingen heb ik gemerkt dat de ouders van deze leerlingen de prestaties van hun kind nauw volgen. Dit vind ik een heel goede zaak. Ik vraag de volgende dag ook wat de ouders vonden over hun geleverde prestaties. Met twee ouders heb ik persoonlijke gesprekken gehad over het begeleiden van hun kind thuis wat huiswerk en leer- en nakijkwerk voor een proefwerk betreft. Ik ben heel erg blij met deze groep, ze werken hard, hiervoor worden zij beloond en ik hoop dit zo te houden tot het eind van het schooljaar. Wij zijn nu bezig het eerste deel van getal en ruimte HAVO / VWO voor de TTO af te werken en in periode 3 en 4 moeten wij deel 2 afwerken. Ik voorzie geen problemen, met leerachterstanden. Door de aspecten van Geerligs te gebruiken heb ik dit heel goed in kaart kunnen brengen maar daarvoor had ik er al heel goed gevoel over.
Dossier opdracht 8
januari 10, 2009Interviews over proefwerken en toetsen
Ik heb de stellingen van opdracht 10.12a uit “Geerligs” op papier voorbereid en via de schoolmail aan de sectie wiskunde voorgelegd. Verder heb ik deze stellingen voorgelegd aan mijn interne begeleidster mevrouw Donkersloot, docent Nederlands bovenbouw VMBO en mijn collega economie mevrouw Meken, docent VMBO.
De volgende stellingen heb ik voorgelegd:
1 Wil je vak serieus genomen worden door de leerlingen dan moet je er als docent voor zorgen , dat het aantal onvoldoendes voor je vak niet te klein is.
Alle geïnterviewde waren het niet met deze stelling eens. Men vindt dat becijfering serieus gedaan moet worden en dat je dan vanzelf serieus genomen gaat worden.
2 Rapporten en cijfers zijn machtsinstrumenten in handen van de docenten.
Bij deze stelling zijn de meningen verdeeld. De een vond wel dat het een machtsinstrument is, de ander vindt het meer een controlemiddel om zich te krijgen in het vermogen van een leerling.
3 Verbale rapporten geven een beter inzicht in de geleverde prestaties van de leerlingen dan cijfers.
Met deze stelling zijn de meeste het wel met elkaar eens, maar ze vinden verbale rapportage moeilijk objectief te maken, want het kan leiden met veel discussie met bijvoorbeeld de ouders en/of vervolgopleidingen. Vooral bij vervolgopleidingen geven cijfers betere duidelijkheid van wat de leerling kan.
4 Cijfers dienen uit sociaal-pedagogische overwegingen afgeschaft te worden, daar ze onder de leerlingen een ongezonde competitiegeest scheppen.
Met deze stelling is iedereen het er niet mee eens. Competitiegeest is gezond, leidt tot betere prestaties, het is naast een tastbare maatstaaf ook een tastbare beloning voor een geleverde prestatie. De docent moet er op toezien dat medeleerlingen niet buitengesloten worden vanwege hun cijfers.
5 Een leraar die met zijn manier van cijfer geven het prestatiebeeld laat ontstaan van 25% voldoende,. 50% middelmaat en 25 % onvoldoende, goed hanteert het cijfersysteem op de juiste wijze.
Iedereen is het niet eens met deze stelling. De argumentatie was dat het prestatiebeeld van een klas afhangt en niet van de censuur. Men vond de stelling manipulatief.
6 De enige reden om cijfers te handhaven is het feit, dat ze gemakkelijk te administreren en te verwerken zijn.
Iedereen is het niet eens met deze stelling, want de waarde van cijfers geven is een controle, inventarisatie van prestaties en niveau en kwaliteit van lesgeven.
7 Cijfers zijn als motivatiemiddel onmisbaar.
De meeste zijn het met deze stelling eens, er zijn ongetwijfeld alternatieven als motivatiemiddel, maar cijfers zijn handig en geven een bekend beeld.
Wat heeft deze opdracht mij opgeleverd?
Doordat ik deze opdracht eerst via de mail aan collega’s hebt verspreid, werd hun nieuwsgierigheid gewekt. Enkele reageerde hier schriftelijk op en weer andere spraken mij er eerst over aan, voordat zij hun mening gaven.
Doordat ik meer dan twee collega’s heb benaderd vind ik beter beeld heb gekregen, hoe er over proefwerken en toetsen gedacht wordt op mijn school.
Ik weet dat wij in de sectie wiskunde elkaar bewaken, we hebben een duidelijk beleid van toetsing op papier gesteld en ook een duidelijke waarderingssysteem voor SO’s en proefwerken. SO’s tellen 1 keer mee, proefwerken tellen in periode 1 en 2, 2 keer mee en in periode 3 en 4, 3 keer mee. Er is een document samen gesteld waarop wij als docent wiskunde moeten letten bij het nakijken van wiskunde werkjes. Dit document is ontstaan nadat er in de bovenbouw gebleken is dat leerlingen wiskundige notaties niet eenduidig opschreven. Er is ons op het hart gedrukt, vanaf de brugklas de wiskundetaal en de wiskundige notaties zoals die in de methode getal en ruimte gepresenteerd wordt over te brengen.
Mijn indruk is dat ik op een lijn zit met mijn collega’s wiskunde die in parallelklassen lesgeven. Wij wisselen proefwerkjes uit, passen proefwerkjes aan en/of geven door als een opdracht in een bepaalde proefwerk niet voldoende tot zijn recht is gekomen.
Doordat wiskunde proefwerken bij ons op voorhand genormeerd zijn kunnen er heel weinig cijfer verschillen ontstaan.
Aan de meningen van de niet wiskundige docenten leid ik af dat zij in hun sectie op soortgelijk niveau te werk gaan.
Dossier opdracht 11 Bitverslag
januari 4, 2009Bitverslag Hoofdstuk 4 effectief leren.
Begin maken met samenwerkend leren
Effectief leren
Dat het verwoorden van wat je weet, effectiever is dan stil voor jezelf leren heb ik in mijn bitverslag van taalproblemen al laten zien. Het is de taak van de docent om bij elke samenwerkend leren opdracht een goede plan van aanpak te hebben en dit heeft dus te maken met de organisatie van je onderwijs leersituatie.
Als leerlingen elkaar ondersteunen moet ik als docent wel er van overtuig zijn dat het om ondersteuning gaat en niet om een ondervraging of dat ene leerling de andere zondermeer aan het voorkauwen is of zijn mening oplegt aan andere leerlingen in een werkgroep. Men zal wel met mij eens zijn dat er wel typetjes zijn die zich bij samenwerkend leren als parasieten gedragen. Ik denk dat dit onoverkomelijk zal zijn.
De vraag is wat je hier aan kan doen, om dit soort gedrag te minimaliseren.
Een ander belangrijke vraag is: wat doe je als een leerling heel goed de leerstof voor zichzelf kan verwerken maar niet sociaalvaardig genoeg is om een andere leerling te helpen. Ik zou de leerling helpen te communiceren met anderen, want als hij goed samenwerkt in een klasse situatie heeft hij later profijt van in de maatschappij.
Bitverslag Hoofdstuk 8
Samenwerken in mijn klas
De opzet van het geheel is dat mijn leerlingen wiskunde leren en dat ik als docent de aangewezen persoon bent om hen daarbij zoveel als nodig is te helpen.
Mijn leerlingen vinden het leuk om samen te zitten en te praten maar samenwerken aan een wiskunde opdracht vereist meer. Mijn vraag is daarom hoe ga jij met leerlingen om die jouw plan van aanpak niet willen/kunnen volgen. Bij mij is het met name de verschuiving van de didactische sfeer die het samenwerken leren moeilijker maakt.
Bij een goede samenwerking vind ik:
1 Dat leerlingen rekening met elkaar moeten houden.
2 Leerlingen moeten niet alleen met vriendjes of vriendinnetjes willen samenwerken.
3 Leerlingen moeten verantwoordelijkheid willen nemen voor hun eigen werk/groepswerk.
4 Leerlingen en docent moeten zich aan ordening kunnen houden.
5 Leerlingen moeten elke inbreng van wie dan ook aandacht geven en waarderen.
6 De docent moet werk uit handen durven te geven. Dit vind ik heel erg moeilijk omdat de tijdsfactor van de les belangrijk is voor de docent. Ik wil graag dat het werk af is in een bepaald tijdsbestek. Hier tegenover staat dat ik leerlingen wel zelf wil laten proberen maar vanwege ongeduld of tijdgebrek de touwtjes strakker trekt en daardoor de groepsdynamica verstoor.
7 In mijn wiskunde les kunnen leerlingen best wel bepalen wat er gebeurt. Ik merk wel dat ik vaak dwingend aanwezig bent en probeer ik zoveel mogelijk hun gebeuren te beïnvloeden; naar mijn hand te zetten. Ik luister wel naar de groep die ik voor mij heb en probeer een compromis te sluiten. In alle gevallen neem ik hun werkvermogen serieus. Het komt vaak voor dat de ene groep sneller kan werken dan de ander. Groepen samen stellen is dus niet makkelijk, je moet je klassen door en door kennen en een plan van aanpak goed voorbereiden. Wie doet wat? Wanneer? Hoe? en waar?
Ik merk dat groepen leerlingen sterker worden wanneer ze samenwerken. Ik moedig groepen aan om sneller te gaan, want een beetje competitie mag, ik let erop dat de klasse sfeer goed blijft
Dossier opdracht 9 bit verslag over taalproblemen
januari 3, 2009
Dossier opdracht 9
Bit verslag hoofdstuk 12
Uit wiskunde in de basisvorming.
Taalproblemen
In elke les merk ik weer dat er leerlingen zijn die mijn instructietaal niet begrijpen, maar soms is het ook zo dat ik de vraag van een bepaalde leerling niet begrijpt.
Ik vind het goed om na mijn instructie een leerling het woord te geven die nogmaals het een en ander wat is uitgelegd opnieuw op zijn of haar manier vertelt.
Zo kom ik er achter of de instructies duidelijk zijn overgekomen en voor de andere leerlingen die dan luisteren is er verheldering van de instructie.
Ik let op mijn taalgebruik en mijn taalniveau, deze moet aansluiten op de taal en het taalgebruik van de leerlingen. Een voorbeeld: ik gebruik nu zelden het woord “corrigeren” maar meer het woord “nakijken”.
Verder let ik erop dat als ik dure woorden gebruik ik deze eventueel uitleg.
Ook probeer ik boekentaal om te zetten in de dagelijkse taal die leerlingen bezigen.
Taalproblemen van de leerlingen
Jullie zullen met mij eens zijn dat een woord pas betekenis heeft als het in een context staat. Taal op school is vaak moeilijker omdat de taal correct gebruikt moet worden en er soms moeilijke woorden en langere zinnen gebruikt worden.
In wiskunde boeken worden wiskunde begrippen (wiskunde woordjes) vaak goed en duidelijk uitgelegd.
De meeste problemen die leerlingen krijgen is dat zij een stukje tekst (een stukje uitleg) niet begrijpen omdat ze de Nederlandse taal niet begrijpen. Ik kan de betekenis van woorden geven of ik kan de zinnen uit het boek vertalen naar een makkelijker niveau, of naar een lager niveau. In negen van de tien gevallen krijg je al gauw een (o ja) effect bij de leerlingen.
In het TTO onderwijs kampen wij met een dubbel probleem omdat er soms ook nog een stukje vertaling van het Engels naar het Nederlands en omgekeerd plaats vindt en ook nog het vertalen naar het taalniveau van de leerlingen.
Bij mij op school zijn er ook allochtone leerlingen die nog een grotere taalachterstand
en taalbarrière hebben. Ik merk dit als leerlingen elkaar iets moeten uitleggen.
Ik waak er voor om zeker dezelfde woorden en zinnen te gebruiken die het boek gebruikt zodat de leerling er gewend aan raakt en op die manier zijn taal verwerving op peil te brengen.
De methode Getal en Ruimte maakt gebruik van een stukje theorie. In dit stukje theorie staat de leerstof die gekend moet worden, vaak staat er een uitgewerkt voorbeeld. Nieuwe woorden of begrippen staan vaak vet gedrukt of in een andere kleur, dit helpt de leerling maar ook de docent om deze begrippen snel en adequaat onder de knie te krijgen. Verder maakt Getal en Ruimte gebruik van stripverhalen en de nodige plaatjes die leerlingen aanspreken en ik merk dat deze illustraties van invloed zijn op de taal en taalgebruik van de leerlingen.
Helpen bij taalproblemen
In de groepen die ik les geef zijn er niet alleen taalarme leerlingen maar ook dyslecten. Dyslecten hebben niet alleen een taalprobleem maar ook een leesprobleem. Ik kan wel een moeilijk woord vertalen de zin uitleggen of grote denkstappen in kleinere denkstappen opdelen maar een leerling met dyslectie heeft niet alleen extra hulp, maar ook meer tijd nodig, om leerstof te verwerken. Ik laat leerlingen altijd eerst rustig zelf ontdekken en puzzelen voor dat ik aanwijzingen geeft.
Ik merk dat leerlingen soms ook makkelijk doen omdat ik de neiging heb heel wat leerstof voor ze te vergemakkelijken. Door gerichte vragen te stellen laat ik nu de leerling zelf ontdekken of een oplossing voor een bepaald probleem bedenken.
Bij mijn uitleg gebruik ik duidelijk intonatie zodat leerlingen de belangrijkheid van het uitgelegde kunnen inzien. Soms wel overbodig maar een prachtig hulpmiddel is om belangrijke woorden op het bord te schrijven en met verschillende kleuren je bord uitleg te accentueren.
Sommige opdrachten spreken de leerlingen niet aan en dan moet je die vertalen naar de belevingswereld van de leerlingen. Bijvoorbeeld als een leerling geen voorstelling van een trein kan maken die op rails rijdt , kan ik ook niet praten voer de snelheid van een trein of over vertrektijden van een trein.
De opdracht moet aansluiten op de belevingswereld van de leerlingen. Als er problemen zijn vermijd ze niet maar pak ze aan. Het duurt langer maar het rendement is voor later groter want de leerling onthoudt en verwerft dit stukje taal beter.
Soms is het nodig een stukje leesles van je wiskunde les te maken en gewoon een stukje tekstanalyse te doen. Wat staat er eigenlijk.
Verwijs leerlingen ook altijd naar de samenvatting van het hoofdstuk. In de samenvatting staan ook de allerbelangrijkste dingen op een rijtje. De methode getal en ruimte heeft naar mijn mening een duidelijke en goede samenvatting. Ik lees deze meestal door met de leerlingen voordat de leerlingen aan de diagnostische toets beginnen.
Belangrijk voor de tto-docenten
Ik maak altijd een verklarende woordenlijst. Voor de brugklassen is dit al gedaan in de methode maar voor de tweede klas niet. Pas dit ook toe voor de tweede klas. Kijk naar de Nederlandse methode en kies de essentiële woorden, meestal is dit al duidelijk aangegeven. Selecteer niet te veel woorden tegelijk en hou de uitleg zo dicht mogelijk bij de tekst van het boek. Maak een kopie voor iedere leerling en deel ze uit. De leerlingen kunnen deze lijst hanteren als ze dat willen.
Maak een samenvattig of kernzinnen. Getal en ruimte heeft dit al voor je gemaakt dus niet dubbel werk verrichten maar soms is dit wel nodig. Leerlingen naar een samenvatting in het boek verwijzen helpt niet altijd. Leerlingen moet wel degelijk gaan lezen anders heeft dit totaal geen zin. Ik werk dus ook aan hun taalverrijking , van belang voor tto- leerlingen maar ook voor taalarme leerlingen.
Maak schema’s en zet belangrijke informatie in een schema.
Voor tto-onderwijs is het belangrijk dat de docent de tekst ook in het nederlands kan uitleggen. Ik ben daarom erop tegen dat native speakers tto-onderwijs verzorgen.
Geplaatst door krish44 


